| Tot hier heeft de Heer ons geholpen | |
|---|---|
|
September 2007 verscheen bij uitgeverij Contact Herman Vuijsje's laatste boek over godsdienst en moraal, 'Tot hier heeft de Heer ons geholpen'. Uitgangspunt is dat het niet goed gaat met God in West-Europa. Steeds meer mensen zeggen wel in 'iets' te geloven, maar niet meer in de vertrouwde vaderfiguur in den hoge. Over de gevolgen van die ontwikkeling is een heftig debat gaande. De ene partij proclameert zo ongeveer het eind van onze beschaving, nu God ons niet meer tot goed gedrag aanzet via zijn beloningen en straffen in het hiernamaals. De andere partij zie God als aanstichter van alle kwaad en wil korte metten maken met alles wat aan hem herinnert. In Tot hier heeft de Heer ons geholpen stelt Herman Vuijsje dat dit debat zinloos is en beter kan worden gestaakt. De actuele religieuze ontwikkelingen laten zien dat het onderscheid tussen wel en geen God voor steeds meer West-Europeanen passé is. God sterft niet, komt ook niet terug, maar vervaagt, zoals het een oude soldaat betaamt. Met die vervaging van het godsbeeld wordt ook het verschil tussen het kerkelijk christendom en het 'ietsisme' vloeiend. West-Europa is tot nu toe het enige gebied ter wereld waar deze ontwikkeling zich voordoet. Misschien fungeren wij daarmee als pioniers voor andere werelddelen en andere godsdiensten. Die mogelijkheid was voor Herman Vuijsje de prikkel om het grensgebied van christendom en 'ietsisme' te onderzoeken. Wat gebeurt er als wij ons goede gedrag niet meer kunnen baseren op een geopenbaarde waarheid met strenge sancties in het hiernamaals? Vuijsje constateert dat het christelijk monotheïsme in West-Europa een intermezzo is geweest, dat in onze dagen ten einde loopt. De opkomst van het 'ietsisme' betekent in feite een terugkeer naar het pantheïsme van onze verre voorouders. Daarmee komt ook een einde aan de periode van vele eeuwen waarin het geloof in een persoonlijke God en een individueel hiernamaals de meerderheid van de bevolking een moreel anker bood. Erg? Helemaal niet. Het christendom heeft ons een kostbare erfenis nagelaten: de gedachte van de naastenliefde die zich tot alle mensen op aarde uitstrekt en de opdracht om de wereld te verbeteren. Vuijsje laat zien hoe grote filosofen uit vroeger tijden daarop al hebben gepreludeerd, zoals Spinoza met zijn 'De deugd is zijn eigen beloning' en Dietrich Bonhoeffer met zijn stelling dat we pas echt onbaatzuchtig goed kunnen zijn als we het gevoel hebben dat God ons heeft verlaten. Onze tijd is de lakmoesproef voor deze gedachten. Nu God in hoog tempo vervaagt, lukt het ons in West-Europa toch om een redelijk rechtvaardige samenleving overeind te houden. De West-Europese verzorgingsstaten scoren hoog op alle denkbare lijstjes van geluk en welbevinden en fungeren als magneet voor mensen uit andere werelddelen. Daarom moeten wij niet onze tijd verdoen met een debat over wel of geen God, maar de zegeningen tellen die hij ons naliet en zijn erfgoed in ere houden. West-Europa staat voor een unieke uitdaging: het kan de rest van de wereld laten zien dat mensen gewetensvol en liefdevol kunnen leven, zonder dat iemand ze op de vingers kijkt. |
Aanbiedingsbrochure Voorpublicatie VolZin Interviews
Recensies
Radio & tv
![]() |